Natuur

6 november 2017

Net terug en nog nagenietend van een indrukwekkende reis door Kenia en Tanzania, stap ik de tuin in en loop rond in ons eigen kleine stukje natuur. Het contrast kan niet groter zijn, maar dit is mijn stukje groen en het is me zeer dierbaar. Hier geen nijlpaarden in het water maar een shubunkin en padden. Geen eindeloze vlakte met acaciabomen, maar een afgebakend stukje grond waar over iedere plant is nagedacht.
Natuur heeft veel verschijningsvormen, dat heb ik op reis gezien; al rijdend door het land zag ik zoveel verschillende landschappen voorbij komen die soms ieder uur veranderden. Van droog en dor naar bergachtig en heel vruchtbaar met eindeloze thee- en sisalplantages. Ik heb mijn ogen uitgekeken.

Dichtbij
Ik prijs mezelf gelukkig met ons stukje groen midden in de stad. Heel mooi zijn planten zoals de Persicaria die steeds meer ruimte opeist en al weken uitbundig staat te bloeien. De Zonnehoed en grassen staan ook volop in bloei en wiegen bevallig met ieder briesje mee. De kleine vijver trekt ons ook altijd even naar buiten toe; hoe gaat het met de vissen? Zitten er nog padden te zonnen op de rand? Hoeveel knoppen heeft de waterlelie? Water in de tuin, hoe weinig ook, brengt de natuur een stukje dichterbij. Ik heb het vaker genoemd, het is mijn stokpaardje.

Aanval
Die wiegende planten, en dan vooral de donkerrode Cosmos met zijn elegante bloemen op hoge stelen, zijn ook favoriet bij een van de buurkatten, de jongste van het stel. Alles dat beweegt wordt aangevallen. Regelmatig vind ik bij thuiskomst weer een geknakte bloem. Wanneer ik buiten zit te werken zie ik hem dichterbij sluipen achter de koningsvaren langs; dan gaat hij klaar liggen in het lampenpoetsersgras, bespringt in een onbewaakt moment zijn “prooi” en laat het mooie bloemetje geknakt achter. Natuur en wilde dieren, je ziet het overal!